Old & Rare: Multatuli – Max Havelaar, of de Koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij – zeldzame originele tweede druk uit 1860

FAMILY

Wij hebben de hand weten te leggen op een zeldzaam exemplaar van één van de belangrijkste werken van de Nederlandse literatuur geschreven door Eduard Douwes Dekker alias Multatuli uitgegeven in 1860, hetzelfde jaar als de eerste druk van dit werk.

Amsterdam, J. de Ruyter 1860, hardcover, half linnen, gedrukt op de snelpersdruk van V. Munster & Zoon, met een voorwoord in de Franse taal door Henry de Pène.

Het betreft hier een officiële 2e druk (niet de dubbeldruk met de zetfout, zie onder).

Lieve lezer Multatuli originele tweede druk

De eerste druk verscheen in mei 1860 in twee delen bij uitgeverij J. de Ruyter in Amsterdam. De oplage van 1300 exemplaren werd op groot octavo gedrukt bij drukkerij Van Munster en Zonen op een snelpers. Er waren twee delen, van 212 en 185 pagina`s. De boeken werden verkocht voor 4 gulden, een heel bedrag in die tijd – veel gezinnen moesten daar een week of langer van rond zien te komen.

Nadat de eerste exemplaren verkocht waren, duurde het niet lang voordat er een “rilling door het land” kwam. Ondanks de vrij hoge prijs, was de eerste druk van 1300 exemplaren zeer snel uitverkocht. Nog hetzelfde jaar verscheen een tweede druk, ook bij de Ruyter.

In de periode na de officiele 2e druk, verscheen ook een “dubbeldruk” van deze tweede druk: dat wil zeggen: een editie die op de titelpagina vermeldt de “tweede druk” te zijn, maar die verder geheel gedrukt is van nieuw handzetsel. Hoe groot de oplaag van dit boek was, is verder onbekend, maar er zijn wel schattingen. Exemplaren van de dubbeldruk zijn echter wel gemakkelijk te herkennen aan de zetfout op de eerste pagina waarin staat “lieve lezers” in plaats van “lieve lezer’. Naast deze zetfout is er nog een hele lijst met verschillen bekend. Een exemplaar van de dubbeldruk is onlangs nog geveild bij catawiki.

Het verhaal achter de dubbeldruk blijft echter zeer interessant. Uit brieven van Eduard Douwes Dekker waarin, opgenomen de financiële uitkeringen die hij van Van Lennep ontving, is een mogelijk verband te zien met deze curieuze dubbeldruk die waarschijnlijk in de periode 1965-1966 is uitgebracht.

Het exemplaar dat wij in handen hebben is een originele tweede druk zonder de zetfouten, waarvan de oplage geschat wordt tussen de 700 en 1200 exemplaren. In de foto hieronder is te zien dat ons exemplaar de juiste weergave heeft van het woord onmoge-lijk. De zetter van de dubbeldruk heeft hier echter een fout gemaakt, waardoor er in de dubbeldruk onmo-lijk staat.

Bewijs officiele tweede druk Max Havelaar 1860

Het is compleet met eerste deel (212 blz.) en tweede deel (185 blz.) in één band.

Foto boven: tot nog toe onbekende handtekening op titelpagina. Indien iemand deze handtekening herkent, dan zouden wij dat graag van u vernemen via info@boek2.nl.

FAMILY

Foto boven: voorwoord van H. de Pene.

FAMILY

Foto boven: eerste blz. van het eerste deel.

FAMILY

Foto boven: blz. 2 en 3 van het eerste deel.

FAMILY

Foto boven: blz. 8 en 9 van het eerste deel (het einde van hoofdstuk 1).

FAMILY

Foto boven: begin tweede hoofdstuk.

FAMILY

Foto boven: laatste blz. van het eerste deel.

Foto boven: titelpagina van het tweede deel.

Max Havelaar tweede druk

Foto boven: eerste blz. van het tweede deel.

FAMILY

Foto boven: laatste blz. van het tweede deel.

Ons exemplaar is nog niet in de verkoop. Wij willen het boek eerst weer in goede staat brengen. De band van ons exemplaar laat voor een deel los, zie de foto’s hieronder.

WIJ ZIJN OP ZOEK NAAR EEN GOEDE BOEKBINDER DIE DIT EXEMPLAAR KAN OPKNAPPEN. KENT U IEMAND WAAR U GOEDE ERVARINGEN MEE HEEFT, LAAT HET ONS DAN WETEN VIA INFO@BOEK2.NL

FAMILY

FAMILY

FAMILY

FAMILY

FAMILY

FAMILY

FAMILY

Bij het boek zijn nog 3 relevante krantenartikelen gevoegd (1935, 1937, 1946).

FAMILY

Via de Koninklijke Bibliotheek is informatie op te vragen over dit boek. Na wat speuren is te zien dat The Britisch Library een exemplaar in bezit heeft van een 2e druk.

Er wordt ook aandacht besteedt aan Multatuli op de facebook pagina van de KB.

Samenvatting (Bron: Wikipedia):

Eduard Douwes Dekker (Geboren te Amsterdam, 2 maart 1820 – Overleden te Duitsland Ingelheim am Rhein, 19 februari 1887) was een Nederlandse schrijver bekend onder het pseudoniem Multatuli. In juni 2002 werd Max Havelaar door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uitgeroepen tot het belangrijkste Nederlandstalig letterkundige werk aller tijden. In 2004 eindigde Multatuli op de 34e plaats in de verkiezing van De grootste Nederlander.

Eduard Douwes Dekker werkte als ambtenaar in Nederlands-Indië (het tegenwoordige Indonesië), waar, toen hij er op negentienjarige leeftijd aankwam, naar eigen zeggen zijn ‘ziel ontwaakte’, maar waar hij ook de vele wantoestanden zag onder verantwoordelijkheid van het Nederlandse koloniale bewind. Zijn bekendste werk is de kaderroman Max Havelaar, waarin hij – op basis van zijn eigen ervaringen – de behandeling van de plaatselijke bevolking door Nederlandse en Nederlands-Indische bestuurders aan de kaak stelde. In dit boek koos Dekker het pseudoniem Multatuli, Latijn voor ‘ik heb veel (leed) gedragen’ (=multa tuli) en een verwijzing naar een beroemde passage uit de Tristia van Ovidius.

Het werk heeft een grote invloed gehad op zowel de Nederlandse literatuur als de Nederlandse koloniale politiek. Max Havelaar geldt als een van de belangrijkste werken uit de canon van de Nederlandse literatuur. Het boek werd in 1976 verfilmd.

De politieke heerschappij over Indonesië was in het begin van de negentiende eeuw van de VOC overgegaan naar de Nederlandse regering. Om de winst te vergroten werd het Cultuurstelsel ingevoerd, een serie maatregelen die de planters in staat stelde waardevolle landbouwproducten te verbouwen, in plaats van alleen voedingsmiddelen zoals rijst. Daarbij werd een belastingstelsel ingevoerd waarvan de ambtenaren volgens een commissiesysteem werden beloond. De combinatie van deze twee maatregelen veroorzaakte een wijdverbreide corruptie, die resulteerde in grote armoede en hongersnood onder de inheemse bevolking.

Douwes Dekker schreef Max Havelaar uit protest tegen deze koloniale maatregelen. En hoewel hij zo goed als onbekend was als auteur ten tijde van publicatie, wist hij met zijn boek bij Nederlanders het bewustzijn op te roepen dat de weelde die zij genoten het resultaat was van menselijk lijden in andere delen van de wereld.

Multatuli schreef Max Havelaar als een aanklacht tegen het misbruik van het cultuurstelsel, tegen herendiensten, en tegen plichtsverzuim door Nederlandse ambtenaren in Nederlands-Indië.

Tot Dekkers frustratie werd het werk als zodanig niet serieus genoeg genomen. Het maakte van Multatuli echter meteen een bekende schrijver. Daarnaast was er nog een ander motief: na zijn ontslag als “assistent-resident” in Nederlandsch Indië was Multatuli tot bittere armoede vervallen, waarna hij hoopte op eerherstel en een nieuwe ambtelijke functie in de kolonie. Hij was zelfs bereid van publicatie af te zien, indien door de toenmalige regering aan zijn “wensen” zou worden voldaan. In een brief aan zijn vrouw Tine gedateerd 20 november 1859 licht hij dat toe. Die wensen hielden onder andere in:

resident op Java, Speciaal Passaroeang om mijne schulden te betalen;
herstel van diensttijd voor het pensioen;
een ruim voorschot;
een lintje: de orde van de Nederlandse Leeuw.

Dat lintje zag hij vooral als eerherstel en als een blijk van erkenning. In de onderhandelingen werd Dekker zelfs “eene convenable betrekking” aangeboden in West-Indië, in ruil voor het achterhouden van het boek. Maar dat was Dekker niet genoeg. In een brief aan koning Willem III schrijft Dekker:

“Ik heb dat aanbod afgewezen met de verachting die ik koester voor lieden die geen begrip hebben van belangelooze pligtsvervulling. In Oost-Indië kon ik nuttig wezen. Eene eervolle functie dáár, zou het principe kroonen dat ik heb voorgestaan. Maar eene plaatsing in de West, hoe winstgevend ook, zou de prijs wezen mijner stilzwijgendheid, de prijs alzoo van mijne eer. En Uwer Majesteits minister heeft geene betrekkingen te begeven, hoog genoeg bezoldigd voor zoodanigen ruilhandel”

OVER EEN LATERE DRUK:

De titel: Max Havelaar, of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy door Multatuli – Titel-pagina van de vijfde druk, 1881

Het boek draagt een dubbele titel: Max Havelaar, of de Koffiveilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy door Multatuli. Die titel lijkt wat vreemd, voor een boek waarin verrassend weinig over koffie en koffie-veilingen te vinden is, en nog minder over de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Daar waren al snel klachten over van lezers in die tijd.

Maar deze dubbele titel was zeer belangrijk, Multatuli had vele redenen om voor deze ondertitel te kiezen:

het gebruik van een ondertitel was heel gebruikelijk in de negentiende eeuw.

Een ondertitel kon worden gebruikt om het roman-karakter van het boek te onderstrepen of om de moraal van het verhaal samen te vatten. De ironie van Multatuli komt al direct in deze ondertitel naar voren, de lezer wordt op het verkeerde been gezet, door te verwijzen naar een bestaande instelling, die iedereen kende in die tijd. Voor de lezer bleef de vraag open: is dit wel of geen fictie?
Ook Droogstoppel wordt erdoor misleid. Hij schrijft dat het boek de koffijveilingen van de Nederlandsche Handel-Maatschappy zal gaan heten, een onderwerp dat hem zeer interesseert, maar gaandeweg merkt hij dat het boek daar niet over gaat. Hij lijkt niet te merken dat de titel slechts een ondertitel is.

De koffieveilingen alleen droegen voor een belangrijk deel – dertig tot vijftig procent en indirect nog meer – bij aan de Nederlandse staatsinkomsten.

De Nederlandsche Handel-Maatschappij werd zo voor Dekker het symbool bij uitstek voor de onderdrukking en uitbuiting van de Javaan en de koloniale politiek als geheel.

In die tijd was er veel te doen over de gang van zaken bij de tweejaarlijkse koffieveilingen in Amsterdam.

In het parlement waren er lange discussies. Kranten als de Nieuwe Rotterdamsche Courant en het Algemeen Handelsblad stonden vol met felle ingezonden stukken in de jaren voorafgaand aan de uitgave van de Max Havelaar. Met de ondertitel speelde Multatuli in op de actualiteit van die dagen.

De grote koffiemakelaars in Amsterdam vormden een zeer gesloten gemeenschap.

Deze makelaars beheersten de markt volledig, speelden elkaar de bal toe, sloten andere beroepsgroepen uit, er was sprake van prijsopdrijving en zo konden geweldige winsten gemaakt worden.

In die tijd werd er geen inkomstenbelasting geheven in Nederland. Dat was ook niet nodig: de winsten uit de kolonie waren meer dan genoeg. Dat alles kon niet anders dan afgunst wekken. Nog een reden voor Multatuli om een Droogstoppel op te voeren.

Zou het wonder zijn, indien Multatuli uit dergelijke uitlatingen, die in de couranten herhaald en vaak nog verscherpt werden, zijn kennis van de koffieveilingen puttend, zulk een schoen passend had gevonden voor zijn Batavus Droogstoppel ?  C. te Lintum.

Dit bericht is geplaatst in Uitgelicht met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *