Boekrecensie: Ik Wou Dat Ik Twee Hondjes Was

Door Erik Scheffers uit Utrecht.

“Ik wou dat ik twee hondjes was” van Vic van de Reijt bevat teksten van Nederlandse nonsens- en plezierdichters uit de 20e eeuw. In Engeland kent de nonsenspoëzie al een langere traditie met 19e eeuwse dichters als Edward Lear en Lewiss Carroll.

In Nederland kwam het genre vooral in de 50-er jaren tot bloei.

ik-wou-dat-ik-twee-hondjes-was-reijt

Dit boekje bevat bijdragen van dichters als drs. P met dodenrit, de veerpont en orgaan, Kees Stip (of Trijntje Fop) met zijn dierengedichten, John O’Mill (met een mengeling van Nederlands en Engels), Cees Buddingh’ met oa. de Blauwbilgorgel, Gerrit Komrij met Komrijs patentwekker, Hans Dorrestijn met de kerkhofganger (en het fameuze refrein: ’t Kerkhof, ’t kerkhof, ’t kerkhof bij nacht.), Nico Scheepmaker met het totale voetbal (ook in het Duits), Marten Toonder met Barlemanje (zie onderaan deze blog).

Het boekje is snel doorgelezen, maar er staan toch een paar aardige gedichten in.

Ik citeer:

Een limerick van Alex van der Heide:
Een zekere Achmed in Bagdad
Lag plat met z’n gat op z’n badmat,
Zo las hij z’n dagblad
En iedereen zag dat,
’t is raar, maar in Bagdad daar mag dat!

Juled Deelder: Beknopte topografie van de Rijnmond:
Rotterdam
Schiedam
Vlaardingen
Maassluis

hoekie om
trappie af

gekkenhuis

K. Schippers (pseudoniem van Gerard Stigter):
Kunst is nooit een lolletje
met mr. K.L. Polletje

Karel Bralleput (pseudoniem van Simon Carmiggelt):
Zendeling:
Als jeugdige zendeling ging hij naar de Besoeki’s.
In ’t oerwoud bracht hij predikend zijn leven om.
En toen hij eind’lijk stierf, van koorts en ouderdom,
droegen – godlof – alle Besoekie’s broekies.

Alfred Kossmann: Een rijm:
God schiep als een voorbeeldig dier
de nijvre mier.
Zijn tweede schepping was nog beter:
de miereneter.

K. Schippers: Repeteertekst:
Zie de laatste zin.
Zie de eerste zin.

John O’Mill: Op een praktizerend papevreter:
Hier rust een jonge kannibaal,
bepaald geen mensenhater,
gestorven na een karig maal
van ouwe missiepater.

Het is een leuk boekje om snel door te bladeren en tot je te nemen. ( )

Nieuw verkrijgbaar voor €7,50 of natuurlijk tweedehands.

Ik wou dat ik twee hondjes was

Barlemanje

’t Was grol en gloei
en slomig broei
in lure, slore stirren.
Het was sar stomig in mijn krol,
daar stonk een kwalm van schit en brol,
er sloomden glome knirren.

Ik trok geen moen
en zoog geen droen.
‘k Was grollig, daar mijn kleddel
de vale walm had ingewigd
en norksig drielde naar de schicht,
die wijlde in de peddel.

Nu dralleboort
een vuurgaljoort
en knaspert door de klijven.
’t Is of er stolen glomen gaan
en moenen in de krolle slaan
en stoffe stekkels stijven.

Nu gaar ik kwas
en werp ik stras,
nu is de moen gevangen.
Ik trek een gloederige sproet,
(als kwalmerige peddel doet)
en droen dralt door de prangen.

Marten Toonder (1912-2005)

Dit bericht is geplaatst in Uitgelicht met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *